natuurwerkvormen

Wil je zelf of met anderen op pad, dan vind je hier onder werkvormen ter inspiratie. Zonder kennis kom je een heel eind. Natuur zelf is je leraar.


Ik heb de natuur-onderwerpen gerangschikt op alfabetiese volgorde. Sommige onderwerpen lenen zich voor het hele jaar, andere onderwerpen horen bij een seizoen. Denk bijvoorbeeld aan stenen zoeken: in de winter zitten die vastgevroren of zijn met handschoenen aan (steenkoud) lastig te pakken. Sporen daarentegen zijn er het hele jaar - juist in de sneeuw zie je prachtige afdrukken. Amfibieen beginnen eind maart hun trek, tenzij de temperatuur en de zachte eerste nachtelijke lenteregens hen op een ander moment tevoorschijn roepen.

Omdat kinderen van de natuurclub naar huis gaan met de kennis en ervaring die ze op doen, om vervolgens in de eigen achtertuin op zoek te gaan naar beestjes en paddestoelen e.d., vind ik het leuk ze iets mee te geven - er zijn enorm veel natuurorganisaties in Nederland waar je (gratis) folders kunt halen. Over reptielen, amfibieen, zoogdieren, uilen, vleermuizen en noem maar op.

Wat ik van ouders hoor is dat de kinderen thuis nog na zitten te bladeren in hun natuurboek: gedroogde blaadjes, veren, folders, zoekkaarten, verhaaltjes, informatie alles kan zo een speciaal plekje krijgen en nog eens herinneringen oproepen.


Het belangrijkste vind ik zelf de samenhang: alles staat met elkaar in verbinding! Heb je het over duurzaamheid, dan kom je uit bij biodiversiteit en de noodzaak van ecologiese verbindingen en stapstenen. Niks kan zonder het ander. Dus bedenkt je eens wat een ingreep in de natuur betekent over tien jaar en over 100 jaar .... welke voetstappen laat je achter voor de kinderen van je kinderen: gaan ze blij zijn met jouw keuzes als ook zij graag met hun kinderen willen genieten van alles wat natuur hen biedt? Onderzoek leert dat kinderen (en dieren trouwens ook) inventiever, creatiever en fantasierijker worden als ze buiten in de natuur spelen. Ze zetten hun hele lichaam in: evenwichtszin, zintuigen - en voelen zich innerlijk vitaal en "levend". Dat is een heel verschil met tussen 4 muren in kunstlicht stil zitten en informatie tot je nemen uti boeken, achter de computer of tv zitten etc. Balans tussen binnen en buiten leven leren werken zou mooi zijn.


We hebben natuur vaak als gebruiksnatuur waarde gegeven - voedsel, drinken, recreatie. Maar voor natuur is het gebied het enige dat het heeft: de planten en dieren zijn volledig afhankelijk van waar ze leven. Omdat wij naar de supermarkt gaan, vergeten we vaak dat dat voor ons eigenlijk ook geldt; ons voedsel en drinken en ontspanning / inspiratie bevinden zich vaak in een verpakking en dus is het herinneren van de herkomst naar de achtergrond verdwenen. Ga eens met de kinderen naar een biologiese tuinderij, bestel een groentenpakket bij de eco-boer, ga naar een biologies melkveebedrijf voor zelfgemaakte vla / kaas / karnemelk en proef het verschil!! Leer dat het verschil in voedsel dat de dieren eten door de seizoenen heen de smaak van de kaas en yoghurt verandert. Wauw! Ga kamperen bij de boer en melk zelf eens een geit of koe. Kijk eens hoe het dier daar op reageert - hoe je verbinding krijgt met wie het dier is - kijk ook eens naar het gedrag van de koeien en paarden en schapen in de wei: het zijn kuddedieren, dus ze verzorgen elkaar en zoeken elkaar's gezelschap op.... alleen staan of met duizenden hutje mutje staan of in eenkrap hok je leven door te brengen moet dan toch niet fijn zijn?! Kijk eens naar kinderen als ze in de klas hebben gezeten en het is speelkwartier .... bewegen, actief zijn en rusten, communiceren, al doende leren, leren kijken en daardoor gaan zien, nieuwe indrukken op doen, ademen hoort bij de natuurlijke expressie van het leven!! Elke levensvorm volgt daarin zijn eigen aard.


Het leuke van kinderen is dat natuur uitnodigend werkt: ze bedenken hun eigen spelletjes en avonturen met wat er aanwezig is. Werkvormen die ik bedenk zijn daar van afkomstig - of ik heb werkvormen bedacht bij mijn kennis van natuur; weten is in dit geval een aanleiding om via de werkvorm de aandacht ergens op te richten om te leren waarnemen. In de psychologie is bekend dat iets waarvan je geen referentiekader hebt aan je voorbij gaat. Je ziet het wel maar merkt het niet op / het dringt niet tot je door. Vandaar dat ik het erg leuk vind om je te leren waarnemen. 


NB Als je al veel spelletjes kent - zoals uit het Bres-spelenboek - dan kun je ze ook naar de natuur vertalen. We deden als kind vaak in de sloot op de sloot uit de sloot .... en dan moest je in de sloot springen (doen alsof natuurlijk) als het klopte en onder de sloot kon natuurlijk niet, dus als je dan bewoog was je af. Een variant is ratten en raven: een tikspel met 2 achterlijnen en een neutrale brede tussenzône waar alle kids staan: vertel een verhaal - worden daarin de ratten genoemd, dan moeten die getikt worden door de raven voordat ze hun achterlijn oversteken = veilige zône. Je kunt dan grappige woorden opnemen die de kids op het verkeerde been zetten zoals: "De ratslagen die het meisje maakte in haar ravelige jurkje waren een ratjetoe van ....". Zo kun je dit spel ook benutten om opgedane / reeds aanwezige kennis te testen: doe een bewering (bijvoorbeeld om even de bedoeling te oefenen: "Het regent nu") en dan hebben de kinderen 3 seconden om naar de overkant te rennen als het waar is of te blijven staan als het niet waar is. Degenen die het "fout" hebben (geef zonodig het juiste antwoord met korte toelichting) vallen af. Ik houd zelf van spelen zonder winnen of afvallen, dus ik maak er van: steek na de uitleg alsnog over voor de volgende vraag / bewering....


NB Je kunt wervormen enkel benutten of combineren om een project te maken rond een onderwerp: 

- geef het kind een groot vel blanco papier = onontgonnen gebied, waarop het een eigen droombos mag creëeren - zonodig breng je het op ideetjes zoals bomen dieren waterval rivier bergen maar het mag natuurlijk ook een oceaan worden met visjes en koralen of .... - wijs het kind er op dat het zichtbaar mag zijn wat voor weer het er is (storm zonnig wolken regenboog etc.) - laat je fantsaie de vrije loop - ga samen na of alle factoren aanwezig zijn om het een natuurgebied te maken die vele jaren zichzelf in stand zal kunnen houden: is er aarde water ruimt / lucht, zijn er planten planteneters en omzetters (die resten van planten en dieren weer vruchtbare grond maken)?

- maak een gps route met opdrachten op een aantal coördinaten in het natuurgebied - op ruitjespapier brengen de kinderen het formaat, de beplanting, wat ze mooi / lelijk vinden (camera + groen/rood vlaggetje) en dus willen behouden / verwijderen, in beeld. Dan gaan ze zelf ontwerpen hoe ze dit gebied zouden herinrichten (aanvullen, veranderen, behouden) - alles mag. Ze maken een powerpoint om hun nieuwe gebied te presenteren (hoe het was hoe het wordt) en maken een maquette van hoe het gebied er uit gaat zien. Bespreek welke biotoop ze scheppen, welke dieren en planten daar kunnen leven (zoek op via google wat een dier nodig heeft) 

- kies een thema, bijvoorbeeld bomen, en benader die vanuit diverse invalshoeken: we starten met bladeren zoeken en de verschillende vormen bekijken + raden van welke soort boom die is. Met de vrije school kijken we welke van de 4 elementen in de vormen van het blad te herkennen zijn. Dan gaan we op zoek naar knoppen en zaden / vruchten. Er worden tien verschillende soorten gezocht en enkele open gesneden, na geraden te hebben wat er in zit. Daarna kiest elke deelnemer een boom om tegenaan te zitten, langs de stam omhoog te kijken, nestjes en andere sporen te ontdekken etc. Na enkele minuten verzamelen we en deelt elk op welke manier er verbinding met de boom is gemaakt: door er in te klimmen en te gaan liggen, door er met een stok tegenaan te slaan en klanken te horen, door op te gaan in de stam en zich voor te stellen hoe het is om boom te zijn, e.d. Dan vormen we met onze eigen lichamen de onderdelen van de stam en maken in geluid en beweging de sapstromen, kern, schors, hout. Tot slot bedanken we de bomen dat ze er zijn.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beestjes

Kleine beestjes safari: jagers, aaseters en prooien. Ga met een loepotje op pad - waar leven ze? Vliegers, kruipers, onderduikers en gravers! Bekijk als je diertjes vrij laat wat ze doen, waar ze heen gaan, wie kan het hardste rennen springen klimmen? Maak een overzichtskaartje van de manieren van eten: het bekje van de tor kan hapjes nemen en het "raspje" van de slak maakt dat hij altijd langs de rand van blad / hoed paddestoel eten. Zie je echt een afdruk van de tandjes die een hapje hebben genomen van de paddestoel, dan moet je al denken richting muis / eekhoorn ....

NB Ik vind het belangrijk dat kinderen direct leren hoe kwetsbaar kleine beestjes zijn + dat als een sprinkhaan een poot mist hij niet meer kan jagen - de duizendpoot de 2 sprieten op de kop nodig heeft om voedsel te vinden en vangen - dat een pissebed soms jonkies op de buik heeft in een buideltje en dat je die niet wilt fijnknijpen etc.

Hotel: heb jij wel eens in een hotel geslapen? - bouw samen fantaserend een hotel voor de beestjes compleet met balie, restaurant, slaapkamers etc. - misschien heb je er al een par gevangen of wil je straks op zoek gaan naar jouw hotelgasten - voor wat oudere kinderen kun je kaartjes maken waarop ze de gasten kunnen inchecken: wie zijn er in je hotel aanwezig, in welke kamer verblijven ze (de donkere kamer - de klimruimte, de ....) wat eten ze graag? (misschien hebben ze een dieet opgegeven of lievelingsvoedsel).
Lieveheersbeestje:
van eitje en larve tot soort (stippen en kleur) - een leuk gegeven om verwondering mee te wekken is dat het lieveheersbeestje bijziend is - het vliegt aan, landt onderop en klimt dan draaiend rond de stengel (of je vinger) omhoog op zoek naar lekker luis o.i.d. Bovenaan gekomen spreidt hij zijn vleugelstjes (komen mooi onder de dekschildjes vandaan) en vliegt naar ...........houd je dus je vinger weer met de top omlaag, dan draait het diertje om en begint weer aan de klim naar boven .... is het diertje bang, dan ligt er een geel hoopje op je hand = smaakt enorm vies, manier van zelfbescherming dus als een vogel hem wil opeten. Op deze manier verbinden kennis en werkvorm zich met het je inleven in het gedrag en leven van het lieveheersbeestje. Voor oudere kinderen heb ik nog wel eens het lieveheersbeestjes zoekboekje bij me (KNNV) om op te kunnen zoeken welke soort we hebben gevonden en wat die eet en waar die leeft (biotoop) - met kleine kinderen houd ik het bij de verwondering en het tellen van stipjes, het voelen van de kriebelpootjes op je hand e.d.. 

Mier: sociaal, ijverig en stérk dier. Houd eens je hand vlak boven de mieren en ruik er dan aan: ze richten hun achterlijfje omhoog en spuiten zuur - dat ruikt naar azijn. Een gaai maakt daar gebruik van om de luis uit zijn veren te krijgen: gaat op de mierenhoop zitten en neemt zo een douche mierenzuur. Wie weet ben jij de gelukkige die dat live ziet! Valt het je ook al o pdat de rode bosmier groter is dan de zwarte mier en dat (bij mij in de achtertuin tussen de tegels en o pde stam van de es) er ook hele kleine miertjes zijn?

Regenworm: nuttig dier - stel je voor dat jij dat bent - wormentrappelen - leeft een worm verder als hij door midden is?

Spin: sprintje trekken of lekker in je web hangen en wachten? Spintepels - kaken - gedrag - ..... Weef je eigen levensweb. De trilspin gaat bij gevaar enorm heen en weer zwiepen in zijn web - de strekspin pompt zijn poten op, waardoor zijn web gaat schudden - andere spinnen, zonder web, trekken een sprintje.

Anecdote: Heb je wel eens geprobeerd zo'n dikke zwarte harige huisspin te vangen? Als ik er eentje zie lopen, volg ik waar die heen gaat. Dan laat ik hem een tijdje zitten.Als je even wacht namelijk, dan "slaapt" die en blijf hij gewoon zitten als je er een loeppotje overheen zet. Dan kun je er een anzichtkaart onder schuiven en hem veilig naar buiten brengen. 

Anecdote: We bekijken hoe een klein spinnetje in het loeppotje heen en weer rent met zijn draad - die draad maakt hij steeds aan de wanden van het potje vast - na een tijdje kijken keren we het potje om en zien we het spinnetje heel mooi blijven hangen. Een ander moment rennen kinderen de stuwwal af - dan remt iemand ineens - tussen twee dikke bomen hangt een enorme kruisspin in zijn web - het kind vraagt zich af hoe het kan dat hij zo'n grote afstand van de ene boom naar de andere een draad voor zijn web kan spinnen .... we zoeken het thuis op: hij laat zich aan zijn draad door de wind naar elders waaien. Knap gevonden van die spin hoor!

Wonen: bouw je eigen insectenhotel (wie woont er in jouw hotel) van bosmateriaal of voor thuis (rietstengelstukjes, gaatjes in houtboren, etc.).

Anecdote: "Tijdens een natuurexcursie hebben we bekeken hoe slakjes uit hun huisje kruipen, de sprietjes strekken en gaan bewegen op hun eigen slijm (op een glasplaatje kun je dat mooi zien, ook dat ze hun zachte buikje met dat slijm beschermen tegen stekels en zo) - dan vindt een kind een leeg huisje - het kind  kijkt er in - en kijkt nog eens van dichterbij er nog dieper in - en zegt: deze slak is niet thuis!"

Uitbeelden: wat op je kaartje staat en de rest raadt - met je groepje naar de overkant als slak / eekhoorn (samen de onderdelen vormen en zorgen dat je geen pootjes hebt of 6 of 8 of ...dit spel doen als estafette met 2 of meer groepjes houdt het tempo hoog = minder denken en discussieren) - welk dier staat er op het briefje op mijn rug: elkaar vragen stellen en ja / nee antwoorden krijgen - 1 kind start met een onderdeel beweging en geluid en de rest vult dat steeds per onderdeel aan: ik ben een konijntje, de staart (bolletje) - ik ben het kontje (gebogen naar staartje) - ik ben de kop / lange oren / tandjes etc. 

Bewegingsspel: Ren zo snel als een duizendpoot - beweeg zo traag als een .... slak (je moet blijven bewegen en als laatste over de finish komen).

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bevers

Beverburcht: bouw je eigen hut Smeer die af met klei, net als de bever, om je huis te verstevigen.

Op bevers liggen: met schemer een plek zoeken in de buurt van de burcht, om ze te zien zwemmen - vacht poetsen etc.

Oranje tanden: laat een opgezette bever zien (natuurmuseum) - ga op zoek naar sporen: knaag aan bomen (herfst winter), pootafdrukken (voorpoot handje en achterpoot in modder "heuveltjes" russen de tenen vanwege de zwemvliezen), formaat + platte wissels van de achter zich aan slepende staart, sleepsporen van takken, geursporen van bevergeil aan de oevers.....

Bewerk met een beitel thuis / op school je eigen hout en ervaar hoe het is om schilfers te hakken. Bezoek een klompenmaker of een afrikaanse trommelbouwer.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bezige Bijen

Waar woont de bij en hoe bouwt die een huis? Hoe ziet dat er van binnen uit? Honing: wat een boel smaken!

Wie vind je allemaal in familie bij: van koningin, verzorgsters en werksters tot bewakers en dansende nectarzoekers. Speel dat eens na, word elk een deel van het volk en dans, verzorg de koningin, bewaak of ....met echte limonade voro de koningin of honing of aansluitend een bezoek aan de imker wordt het helemaal een geweldig avontuur. Je kunt het ook fabriceren als koffertje (leskist) met een echte en nagebouwde raat (soort puzzel) waar je de larven in stadia in maakt (van oude sokken of velour of...) en een kroontje voor de koningin.

Van bontjas tot warm blijven door spierbeweging (wapperen met je vleugels - kleuren van stuifmeel: volg de bij van bloem naar bloem en zie hoe de stuifmeel aan de pootjes meer wordt - landingsbanen (fluorkleuren die alleen de bij ziet)

Anecdote: We bezoeken de Immenhof in Malden. De imker haalt een raam uit de raat, met honderden bijen er op. Dan mogen we om de beurt onze blote ondrarm heet zacht (zonder druk) tegen de bedrijvige bijtjes leggen om te voelen: warm en zacht en kriebelend .... ze gaan gewoon door met hun bezigheid. De imker legt uit dat ze vol nectar zitten en dus hun achterlijfje niet kunnen buigen om te steken - daarbij hebben ze geen reden om te steken, want ze staan niet onder druk en hebben het veels te druk. Dan laat hij ons zien hoe elke soort bloemen op een eigen tijd van de dag nectar maakt en dat de bijtjes dat precies weten: je kunt de klok er haast op gelijk zetten dat op een bepaalde tijd alle bijen op de klaver etc. zitten!! Intelligentie!! Ik zag trouwens van de week een documentaire over het uitsterven van de bij en dat ze in een deel van China volwassenen en kinderen (vanwege de kleine vingertjes) de bloesem laten bestuiven met een soort "wattenstaafje". Want we zijn voor ons voedsel immers afhankelijk van de bestuiving door bijen!! Zo ziet onze toekomst er dus wellicht uit als we de bij geen handje helpen met bloeiende bermen en andere vormen van leefruimte handhaven / herscheppen.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Big Five (wild speuren)

Edelhert, ree, wild zwijn, das en .....sporen zoeken en kennis nemen van hoe ze leven - met een sporenkaart de afdrukken van de hoeven en de drollen herkennen - haren in de zoelkuilen vinden en bekijken - schuurplekken van nieuwe geweien en droogwrijfplekken van het zwijn na zijn bad - neusputjes van das en wroet van zwijn en knaag van ree. Als je stil bent kun je het wild soms horen (geluiden makend of van het krakend lopen). Een bijzondere tijd is natuurlijk het blaffen van de vos of het burlen van de herten (paartijd).

Wilde zwijnen spel: maak een chloorbrilletje (van het zwemmen) aan de voorkant mat, want het zwijn ziet enkel vanuit de ooghoeken (opzij) - de tikker doet de bril op en probeert de anderen te vinden - te tikken.

Anecdote: Een grondig "ieieieieuw" klinkt op uit de groep als de boswachter vertelt: Wist je dat een edelhert graag eerst in de waterplas plast en dan er in gaat liggen rollen? Dat vinden de vrouwtjes namelijk lekker ruiken....; maar dan zegt 1 van de kinderen: in de parfum van mijn moeder zit kamelenpies!

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bloemen

Geuren kleuren vormen - wanneer je een bloem met de loep bekijkt is die van zo'n schoonheid dat het lijkt dat er intelligentie achter de schepping er van zit - funktioneel, eenvoudig en een kunstwerk.

Teken eens een bloem na - hij hoeft niet te "lijken" - je gaat als je langer kijkt elk haartje en groefje enzovoorts zien + de beestjes die gedurende je waarnemen de plant bezoeken!

Boterbloem, Paardebloem - via internet kun je grappige betekenissen vinden van herkomst van namen - ook kun je "volks- mondlegendes" vinden op www.natuurverhalen.nl.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bomen met bomen

Beeld met je groep de onderdelen van de boom uit van kernhout tot schors, van sapstroom tot .....beweeg, maak geluid.

Wees een boom door het jaar heen, plant je voeten stevig (beetje schuiven) in de aarde en stel je voor hoe je elk seizoen meemaakt - ga 3x zo'n jaar rond en benoem dan"stel dat je nu 800 jaar oud bent ..... hoe voelt het in je lichaam / in sfeer / in je gevoel om zo boom te zijn?!

Bekijk de boom door de ogen (bril) van een meubelmaker, boswachter, bioloog, natuurmens, kunstenaar

Bladvormen vinden, nerven rubben, kleuren kijken: wat gebeurt er in de herfst met de kleur?, soorten knoppen (vorm, formaat en jas): snijd er eens eentje open wat er in zit .... (met name rododenderon laat mooi zien hoe het blad en bloem er in opgevouwen wachten op de lente in een geschubte stevige jas - de paardekastanje staat bekend om de kleverigheid van de beschermende geschubte "jas").

Bladeren zijn in de herfst overvloedig aanwezig en aangezien het dan ook vaak regent, kun je ze mooi losjes aan een dunne tak rijgen - dan leg je ze in diagonale richting op je hut (als dakpannetjes)  zo maak je een waterdicht onderkomen!

Een spel met bladeren is "ogen van de aarde zijn": voorzichtig (geen stof en beestjes in de ogen van degene die ligt) bedek je de ander die in het bos ligt met blad, behalve het gezicht (let op wat comfortabel is dat verschilt per persoon) - ervaar hoe het is om hier zo te liggen, neem de rust en stilte voor het oog van de aarde zijn (spreek bijvoorbeeld af dat je aangeeft als er twee minuten om zijn en dan kun je het vijf minuten laten duren als de groep er lol in heeft, of korter als er kinderen onrustig worden = laat deze rustig opstaan zonder de anderen te storen) - hoe ziet de wereld er nu uit? Let op nattigheid en hondedrollen!

Bomen herkennen aan de schors: maak een paspoort van de boom = wasco plat op papier over schors "rubben" (pasfoto), de leeftijd meten (ringen tellen: 2 is 1 jaar = licht zomer + donker herfst) of dikte gedeeld door 3 /4 (de vrij staande boom groeit breeduit + tussen andere bomen recht omhoog = slanker; de boom wil naast voedsel uit de aarde ook licht van de zon en ruimte.) - bekijk wat de boom heeft meegemaakt (storm snoei botsing beestjes nesten vraat etc.)

Verzamel, eet en knutsel met zaden en vruchten van bomen. Alle bomen bloeien eerst!! Pers je eigen appelsap, peuter een tamme kastanje open (die met dat flosje) rooster beukenootjes, maak vlierbessiroop, bak een walnotentaart (gebruik je fantasie) etc. Het is spannend je eerst voor te stellen en te raden wat er in een vrucht zit en die dan open te snijden: het aantal zaadjes kan verrassend zijn (de ene dikke pit in demeidoorn of de vele zaadjes waar je jeukpoeder van kan maken in de rozenbottel) - kijk ook gewoon i nde keuken eens samen naar het lijnenspel in eendoorgesneden rode biet, het hart van een appel, etc. Natuurkunst noem ik dat, práchtig.

Memorie: maak tweetallen - één kind zoekt  een blad zonder te laten zien waar die gevonden wordt en het andere kind probeert een zelfde blad er bij te vinden .... vind een blad + een vrucht / noot / schors van die zelfde boom er bij.

Er leeft enorm veel samen met en in een boom aan dieren, op de boom aan mossen en korstmossen en als de boom sterft ook paddestoelen. letterzetters onders de schors en kijk eens naar de flosjes die van de naaldboom vallen door de larfjes van de dennescheerders die de merg uit het takje eten (hol). Allerlei mineerders en kevers en slakken eten de blaadjes - muizen eekhoorns en gaaien verzamelen wintervoorraad zoals eikels en bessen van de boom - vogels maken een enst in de boom en eten de kleine beestjes die schuilen onder de blaadjes en in de schors, zoals bonte specht en boomkruipertje en lijster. Als je in de ruwe schors van de eik kijkt zie je vaak dat er nootjes tussen geklemd zijn, zodat de vogel ze kan openbikken me tde snavel zonder dat ze weg rollen - een muis eet anders dan de eekhoorn (zie bijvoorbeeld vraat aan hazelnootjes en dennenkegels in het sporenboek van Annemarie Diepenbeek)

Anecdote: Ik ben op pad in het bos rond het Loo met een groep managers. We doen earth education: voor hen hebben gezien hun opleiding "kralen en spiegeltjes" een betekenis van ruilhandel en vandaag merkt een vrouw op: "Kralen en spiegeltjes zullen voor mij nooit meer hetzelfde begrip zijn, ik ga dit gebruiken op mijn lezingen en trainingen om ook anderen op een ander been te zetten". Dan formuleert iedereen zijn wensen en hangt dit op een geschikte plek in de boom: tussen de wortels, aan een tak, tegen de stam tussen de schors etc. Het is al die tijd windstil. Dan is iedereen klaar en heeft hun wens een plekje gevonden, we komen bij elkaar in een kring rond de boom om af te sluiten. Dan, alsof hun wens gehoord wordt, waait een plotse windvlaag door de groep en doet de boom dit moment in beweging zetten. Iedereen valt stil en een enkeling heeft kippevel van deze welgetimede interactie met de natuur.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dieren

Associatief schrijven en van die woorden een gedichtje maken (haiku - elfje - rijm).

Identificeren: is er een dier dat je wel eens zou willen zijn? Zo goed kunnen brullen als een leeuw, kunnen sluipen als een kat, kunnen fladderen als een vlinder van bloem tot bloem .... "Een kind  merkt op dat er een groep ganzen over ons heen vliegt - het zegt: ik zou die ganzen willen zijn, dan kan ik meevliegen naar Afrika, daar woont mijn opa!" .... we gaan op zoek in de natuur om ons heen om dingetjes te vinden - wie niks heeft mag het ook gewoon zelf bedenken wat je wel eens zou willen zijn - welke kwaliteiten dat dier heeft - wanneer het handig zou zijn over die kwaliteit te beschikken. Met wat oudere kinderen vertel ik dat als je voelt - beweegt - kijkt - ruikt - etc. als dit dier, dat je dan een overeenkomstig deel van jezelf mobiliseert; dat begrip is even wennen, maar voelt wel zo leuk dat er al snel voorbeeldjes komen wanneer dat inderdaad het geval was. "Volgende keer dat iemand boos doet ga ik mezelf herinneren aan die tijger en dan ga ik me niet meer klein voelen". Je kunt ook kinderen op zeemleer in een tot cirkel gebonden wilgentak het dier laten schilderen (krachtschild) of met stift op een steen laten tekenen om bij zich te dragen o.i.d..

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dood doet leven

Dode bomen horen in de natuur - paddestoelen kleine beestjes bonte specht

Dode dieren horen in de natuur - aaseters en andere opruimers (schimmels, slakken, muizen, larven, vogels)

Bouw je eigen composthoop in je achtertuin en kijk wast er in komt leven

PS SBB heeft in de Groenlanden een camera op een dood dier staan (infrarood, omdat aaseters vaak met schemer actief worden) om te kijken welke dieren er van leven - ook is er een mooie folder van SBB "Dood doet leven" (wijziging voorbeh.)

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Drollen

Welke drollen kun je vinden - drol van vogel en andere dieren - wat zit er in die drol - vorm, geur, inhoud en formaat: drol herkennen van welk dier die is - territorium: funktie van drollen en poepgedrag van meneer of mevrouw vos / paard.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Duurzaamheid en natuurbeheer

Omdat natuur zichzelf in balans brengt, is elke ingreep door mensen de start van een lange reeks aanpassingen. Zodra je natuur weer zijn gang laat gaan, herstelt het evenwicht zich. Althans: in Nederland is beheer nodig omdat anders de opslag alles in bos verandert. Natte gebieden slibben dicht en verdrogen uiteindelijk. Daarom worden in veel natuurgebieden sluisjes aangebracht, zodat bij hoog water instromend rivierwater vastgehouden kan worden + bij de vennen het regenwater langer vast gehouden kan worden. Natte gebieden zijn nodig voor een aantal inmiddels bijzondere (laatst overgebleven) plantensoorten.
Anecdote:
Er zijn konikpaarden uitgezet in het nieuwe natuurgebied. Ze zijn gechipt met onder andere informatie over de ouders en familielijn. Dat is om voortplanting binnen deeigen familie te voorkomen. Want dat veroorzaakt - net als bij mensen - inteelt. Het is dus nodig voortplanting met de konikpaarden uit andere gebieden / families mogelijk te maken. Daarom wordt er een doorgang gemaakt tussen verschillende terreinen / kuddes. Daarbij bevordert dit het natuurlijke gedrag van de wilde paarden: trekken. Zo kan de beheerder het gedrag bestuderen en daar weer rekening mee houden als we willen dat het lang - heel lang - goed blijft gaan met de paarden.

Anecdote: We gaan naar de vennen om verder te werken aan het gebied vrij maken van dennen en berken. Zo kan de hei terugkeren op deze zandgronden. Dat is belangrijk voor de terugkeer van de (levendbarende) zandhagedis. Terwijl we werken en zorgen dat de grond goed aangestampt wordt (anders komen er voor elk gerooid boompje weer tich terug vanwege de kiemende zaden in de omgewoelde grond) zien we een felgroen hagedissenmannetje wegschieten. Wauw, het werkt! En wat ook superleuk is: de hei wordt onderhouden door de schapen die zorgen voor afwisseling (jonge en oude heide) en verwijderen van de jonge boompjes (dat scheelt een hoop snoeiwerk). En we mogen kijken hoe de schaapsherder met zijn honden werkt om de schapen bij elkaar te drijven. Terwijl we door de hei lopen zien we hoe de bijtjes er nectar verzamelen. Heidehoning, lekker.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ecologiese verbindingszônes en stapstenen

Ik ga je een aantal stapstenen en ecologiese verbindingen noemen, dan heb je gelijk een idee:

- duiker (voor water uit de stuwwal, dat onder de snelweg door het natuurgebied in wordt geleid)

- dassenraster en tunnel (idem voor bever): om de das veilig naar een doorgang oder de snelweg door te leiden - aan de andere kant van de weg is een struikenrij en bossage geplant ter beschutting die de das graag volgt op weg naar zijn fourageergebied.

- glooiende oevers: om drinkende zoogdieren makkelijk in en uit te laten (er zijn er heel wat verdronken uit oververmoeidheid omdat ze de steile oevers van de sloot niet meer op kwamen) - om plantengroei te bevorderen: een rietkraag bevordert terugkeer van de rietzanger en roerdomp en .... (op een steile oever groeit niks - 1:3 = 1 meter hoogte over 3 meter verloop. wordt bij herinrichting Millingerwaard na zandgrindwinning benut om wilgenopslag te voorkomen = dat zou doorgang van het water remmen)

- insectenhotel: plek om eitjes af te zetten en larfjes groot te brengen

- vistrap: vanaf de rivier zwemmen vissen het gebied in om te paaien en de visjes zwemmen later naar de rivier terug.

- vlechtheggen als afscheiding tussen weilanden

- vleermuisroutes in het landschap: lijnen (lange bomenrij, struikenrand e.d.)

- vlinder nectar kroegen (maak een biotoop voor een soort en je bevordert biodiversiteit, omdat die weer het leven voor andere soorten mogelijk maakt)

- wildviaduct

- wilgenvlechtmuurtjes - langs de oevers van de sloot worden zo schuilplekken voor jonge waterdieren zoals visjes en amfibieen gemaakt.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Egels, wat lief!

De egel eet zich dik en vet en rond en gaat in winterslaap.

Anecdote: Een mevrouw vertelt dat ze haar tuin heeft aangeharkt, al dat herfstblad op een hoop geveegd. Als ze een week later de boel wil oprapen om het in de tuinafvalbak te gooien, voelt ze iets zwaars - er ligt een egel in haar bladerhoop te slapen! Schep een biotoop en het wordt gelijk in gebruik genomen!! 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Fossielen
1 Maak een gipsmal van een ammoniet, trilobiet of andere fossiel met een duidelijke textuur.

2 In de droge gipsmal smeer je vaseline, zodat straks de klei makkelijk los laat.

3 Druk stevig zelfhardende klei in je mal - als je klaar bent wip je de vorm er uit - leg deze op een stukje karton met je naam en laat hem drogen. 4 Tot slot kun je de gedroogde vorm beschilderen als je dat leuk vindt.

Maak een fossielenspeurtocht: met plaatjes van hoe een fossiel zich vormt en een beetje tekst wordt de route gemarkeerd - onderweg zijn er opdrachtjes met bakjes met fossielen uit bepaalde periodes (carboon: plantenresten - krijt: schelpen e.a. zeedieren - gletscherijs: mammoet) en als proces (plantenresten worden houtskool worden grafiet worden diamant - soms verstenen de cellen, zoals hout), botten / schedels (harde delen die fossiel worden; kun je zien of het een planten of vlees of alleseter is? Welke harde delen zouden er overblijven van de mens? Wat gebeurt er dan met de rest?) - je kunt een professor rond laten lopen (vind iemand die veel van fossielen weet) waar de kinderen vragen aan kunnen stellen of van wie ze leren wat er aan het fossiel te zien is. Ik combineer de activiteit vaak met een verhaal uit een andere cultuur over de scheppingsgechiedenis van de wereld (de mand uit Afrika waarin de aarde en door de gaatjes tussen het riet de sterren) voor het oergevoel - en tot slot zoeken we takken en hakken (met een doek er over tegen splinters in je ogen!!) vuurstenen tot pijlen die we aan de stokken knopen. Best lastig nog, hoe deden ze dat in de oertijd??

Tips voor fossielen bekijken, in de tijd plaatsen, het hele dier zien, over fossielen lezen: oertijdmuseum Boxtel en het stenenmuseum in Arnhem.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Grote grazers

Galloways en koniks: durf jij ze te observeren - zij observeren jou! Hoe gedraag je je "in het wild" ?! Wilde dieren zijn onvoorspelbaar - leer hun gedrag lezen en er rekening mee houden. Paarden zijn sociale gevoelige dieren en pikken direct je stemming en houding op. Toch reageren ze anders dan honden: als je bang bent gaan ze niet blaffen (aanval) maar ze bieden je hun mededogen. Dat ontspant. Blijf je toch bang, dan zullen ze wat onrustig worden. Van nature zijn ze een kuddedier en zullen je dus opnemen in hun "groep" of als je aangeeft geen interesse te hebben, lekker verder grazen.

Kun je veilig een rode jas aan in het veld? Het rund is kleurenblind, dus doe gerust een rood trainingspak aan! De wilde stier is opgevoed door de kudde en dus bijzonder sociaal. Het is wel een binnenvettertje - slaat stress op - dus héél af en toe kan het eens voor komen dat hij "uit zijn slof schiet". Staat een stier naar je te turen, dan is dat omdat hij bijziend is: ziet vooral scherp wat hij graast = dichtbij.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kikkers padden en salamanders (amfibieen)

Amfibie betekent "op land en in water levend" - in verlaten muizenholletjes, een houtstapel of onder de bladeren er zijn allerlei fijne plekjes waar de amfibie zonder dood te vriezen de winter door kan komen. Alleen in het voorjaar (en de groene kikker in de zomer) komen ze naar hun "geboorteplas" - daar zijn ze als eitje begonnen en leggen zij weer hun eitjes. De gel rond het eitje zet uit in het vochtige water en vormt zo het eerste voedsel - kikkervisje - kikkertje / salamander / pad. Dat gebeurt ook in de maag van de vos, reiger of kraai die wel een lekker kikkertje lusten: dan spugen ze het uit en zie je een stapel zwarte eitjes met er naast een witte "drel" - soms zitten de eitjes als kleine zwarte stipjes in die gelei = sterreschot.

Zie je een dubbeldekker, dan is het een paddemannetje die zo als eerste de eitjes van mevrouw pad wil bevruchten. In de paartijd werken de hormonen sterk en de mannetjes springen op alles wat beweegt: stop maar eens je hand in het water...

Helaas zijn er nog steeds mensen die een pad in de kliko gooien omdat ze hem koud en glibberig vinden. Glibberig is de pad wel, want hij ademt door de huid en daarvoor moet de huid vochtig zijn. Amfibieen zijn koudbloedige dieren: wanneer je ze op je hand houdt, nemen ze je warmte over en komen tot leven. dat kun je heel mooi zien tijdens het helpen bij de Paddentrek! Haal echter nooit een dier uit zijn winterrust, want zodra de hartslag op gang komt, heeft hij weer eten nodig, en dat is er in de winter niet: insecten. Natuur een handje helpen kan goed tijdens de paddentrek, want er worden nog steeds veel dieren doodgereden. Terwijl ze wettelijk beschermd zijn, omdat hun leefgebied sterk vermindert.

"Ik heb een stijve harde droge salamander op de hand en denk dat die dood is. Ik houd hem vlak voor mijn neus, om hem goed te bekijken. Dan zie ik hem zich oprichten op alle 4 de pootjes en de bek openen, alsof hij naar me blaast: de aanval als beste verdediging ... wát een oerkracht en zelfvertrouwen! (Zo'n klein dier t.o.v. mij en zo'n power)"

Vangen van je prooi doe 1 oog dicht en raak met de top van je ene wijsvinger de top van je andere wijsvinger aan (zo'n 20 cm. voor je) open je oog weer en sluit nu je andere oog: doe het zelfde met je vingers. Wat merk je? De ogen hebben elk een funktie - de ene schat afstand en de andere richting. Samen kun je dus als padje precies de vlieg van de grasspriet plukken met je tong. Mis je een oogje, dan schiet je tong er naast ........ (en dat betekent honger lijden). 

Voortbewegen wanneer je een kikker en een pad voor je op de grond zet, zie je gelijk wie wie is: de kikker heeft lange gespierde achterpoten en springt weg - het padje heeft korte pootjes en doet een beetje tijgeren zeg maar - doe maar na.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kleuren in de natuur

Armbandje: maak een armbandje met houten kraaltjes in allerlei kleuren - ga op pad in de natuur en vind zoveel mogelijk kleuren er van in je omgeving. Het mooie is dat het hele jaar alle kleuren te vinden zijn, ook blauw en dieprood en wit (zie stelen van bramen en bijvoet, de hemel / korstmos, water / schimmels / vogelpoep (pies), etc.)
Kleuren met natuur
was vroeger heel normaal; er werd wol geverfd met bramensap of kardinaalsmuts of heide, of er werd katoen in uienschil gekookt om het zachtoranje te maken. Probeer het maar eens uit met welke planten bessen bloemen je kunt kleuren - een gele zon met paardebloem, groen gras met ....gras of blad etc. Je kunt een natte lap meenemen om eventueel de handen schoon te vegen - zeker met kleine kinderen die het anders aan de kleren afvegen - je kunt ze ook gelijk leren handen te wassen met zand, op een polletje mos of met natte bladeren = water van regen.
Namen:
boterbloem bijvoorbeeld, is zo ontstaan omdat vroeger de witte boter er gelig mee werd gemaakt om er smakelijker uit te zien.

Nerven: het is mooi hoe kleur via de nerf uit een blad lijkt te verdwijnen - welke kleur vertrekt als je rood en geel overhoudt uit groen?
Zoeken
in de kleuren van je eigen of de ander diens ogen, haren, een regenboog bij elkaar vinden of kleur in de volgorde leggen van mengen (rood oranje geel).

Tip: Kleur geven aan wat je ervaart / voelt in de natuur. Vaak vinden kinderen dat al moeilijk vanaf een jaar of 6, omdat ze op school leren dat alles ergens op moet lijken. Kinderen van 4 doen het met het grootste gemaak: zwemmen als visjes in de golvende zee en van daaruit voortbewegen met wasco op grote vellen tekenpapier. Met iedereen ouder dan 4 jaar werk ik met zachte dikke Lyra potloden om aan de zachte weldadige en andere gevoelens die natuurverbinding geeft expressie te geven. Oefening baart kunst en soms is het herinneren al voldoende om er heerlijk van te genieten. 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nachtspelletjes

Anecdote: Wij deden vroeger op schoolkamp altijd het dierengeluidenspel: een aantal leekrachten stonden in het donker ergens in het bos dierengeluiden te maken en wij moesten ze dan vinden en kregen indien gelukt een stempel / bewijsje. Sommigen konden het geluid erg mooi nadoen, best eng net echt ....maar aan anderen hoorde je gelijk wij het was...

* dierengeluidenspel: een variant op het hier boven beschreven dierengeluidenspel is het uitdelen van kaartjes aan 2 teams (estafette) die met hun eigen team elk kind omdebeurt zonder spreken een dier laten uitbeelden en indien geraden door de eigen groep, de volgende (zoveel mogelijk in 5 minuten bijvoorbeeld). Moeilijkheidsgraag kun je omlaag brengen door naast beweging ook geluiden toe te staan. Een variatie daar op is het uitdelen van kaartjes - steeds een duo van elk soort dier - om dan elkaar door beweging en / of geluid te laten vinden: wie is net als ik een konijntje?! Ik hop rond en zie anderen ook rond hoppen .... er blijken - als er naast beweging ook geluid gemaakt mag worden - kwakende kikkers en sprinkhanen tussen te zitten .... Bij daglicht is een veelgebruikte variant het op de rug spelden van een dierennaam en dan vragend stellend rond te lopen om er achter te komen welk dier je bent - NB enkel ja / nee antwoorden!! "Ben ik groot? Heb ik pootjes? Heb ik vleugels? .....Leef ik vooral op de aarde? In de lucht? In het water? ....Houd ik van zonlicht? Leef ik onder de grond? Ben ik blind? Ben ik een mol?!"
* dwaallicht:
geinspireerd door het verhaal van de witte wieven + mensen die vroeger door dwaalichtjes (glimwormen?) het veen ingelokt werden, hebben we het volgende spel bedacht: iemand loopt met een zaklamp het bos in. Dan volgt na een paar mnuten de groep. (Of zet meerdere "posten" met een zaklamp langs een route). Steeds schijnt het dwaallicht even en volgt de groep die kant op het licht - dan verplaatst degene met de zaklamp zich naar verderop en schijnt weer en de groep weet nu waarheen te lopen - etc. Van A naar B. Zorg voor een veilige route zonder bramen e.d. want anders blijf je steeds hangen en dat maakt de tocht minder prettig. 
* sluipspel
: 1 kind heeft een zaklamp en schijnt naar de dieren die langs haar heen van A naar B proberen te sluipen (andere kids). Kom je in de lichtbundel te staan, dan ga je terug naar start.

* speurtocht met aluminiumfolie lintjes: Met de zaklamp vind je je weg langs de licht weerkaatsende lintjes.

Anecdote: de oudere kinderen waren vol bravour allerlei griezelverhalen aan het vertellen voorafgaand aan de tocht. We besloten het echt een beetje griezelig te maken: we hebben een soort pop aan een kleerhanger in de boom gehanden - met de zaklampen schijnen zagen ze ineens de pop hangen .... ieieieie - toen vroegen de kids of we ook iets hadden gedaan onderweg met een wit laken, want dat hadden ze ook gezien - we lopen samen terug naar die plek; daar komt een man met lange baard in wit gewaad uit de sloot tevoorschijn, opgestaan van zijn matrasje  .... hij vertelt dat hij de druide van dit bos is, vorige week maretak heeft gesneden in Limburg en nu weer terug net lag te slapen ..... oké, mooi verhaal ennûh néé dat hadden we echt niet verzonnen, dit is een echte mens die hier blijkbaar leeft.

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Natuursignalen

Morgenrood, water in de sloot - Zwaluwen die laag vliegen voorspellen regen - wolken herkennen en weer voorspellen

Zie je ganzen opvliegen, dan is er vaak een roofdier in de buurt (vos of bunzing bijvoorbeeld) - aan geluiden die vogels maken kun je herkennen of er een roofvogel aan zit te komen of dat ze elkaar waarschuwen voor een boommarter.

Maak je eigen regenmeter - windmolen - ....

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Paddestoelen

Heksendans, duivelsei en biefstukzwam: wat een boel verschillende soorten kleuren vormen zijn er! Ga op zoek, ontdek ze!

Kijk eens in de spiegel: de paddestoel van onderen - gaatjes plaatjes stekels vlak knotsjes - waarom eigenlijk?

Zwammen met paddestoelen: waar groeien ze en wat is een paddestoel eigenlijk? Waar zit de rest?

Fotograveren: paddestoelen zijn erg fotogeniek - soms met het licht van de zon er op bijna transparant als je op je buik gaat liggen en ze van onderen fotograveert - soms in half mistig herfstbos en gekleurd blad er op een waar kunstwerk - soms een detail dat je je afvraagt waar je eigenlijk naar kijkt - soms een complete stad aan een stronk etc. etc. Ik doe git gaarg met een groep kinderen die hun eigen toestel meenemen vanaf thuis, omdat ze steeds beter kijken, van dichtbij en veraf - van de mooiste fotoos kun je digitaal een collage maken en aan iedereen sturen: dit hebben we gezien en geftograveerd, Daar zijn de kids heel trots op.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ringslang, gladde slang, zandhagedis, adder en hazelworm (geen reptiel!)

Reichswald - Maldens Vlak - Overasseltse vennen

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Schaapskudde: wat weetje(-s) over schapen

De schapen vormen een kudde. Het zijn allemaal tantes en zusjes en moeders en …. Een hechte familie dus ! Om van alles te ontdekken over schapen heb ik een speurtocht gemaakt. Als je onderstaande weetjes over schapen alvast goed doorleest ben je dan al een beetje op weg….


Wist je dat:

- schapen (net als geiten) al duizenden jaren geleden (minstens 7500 voor Christus) ‘gedomesticeerd’ zijn? Dat betekent dat we ze toen al tam gemaakt hebben, en dat mensen ze zijn gaan houden om hun nuttige producten. Dat was vermoedelijk eerst in het Midden Oosten (Azië): in Nederland zal men rond 5000 voor Christus schapen zijn gaan houden.

- tamme (gedomesticeerde) schapen waarschijnlijk afstammen van de moeflons en argali in Azie? Om het ingewikkeld te maken: de Europese moeflon (die voorkomt op Sardinië en Corsica, en die uitgezet is in veel natuurgebieden in Europa, ook in NP De Hoge Veluwe) stamt waarschijnlijk af van verwilderde tamme schapen….

- er wel 970 verschillende schapenrassen bestaan?

- schapen allerlei producten leveren? Natuurlijk vlees (vooral lamsvlees is erg geliefd) en wol, maar ook schapenmelk (waar schapenkaas van gemaakt wordt)er . Goede snaren voor violen en andere snaarinstrumenten worden van schapendarm gemaakt.

- er in Schotland een heel beroemd gerecht is dat gemaakt wordt van schapenmaag? Het heet haggis.

- schapen herkauwers zijn?

- schapen wel 25 meter darm in hun lijf hebben? (dat zijn een heleboel snaren voor violen..)

- schapen en geiten heel veel op elkaar lijken en verwant zijn? Verschillen zijn dat geiten een sik en geurklieren hebben die schapen niet hebben. De hoorns van mannetjesschapen staan naar beneden, terwijl die van geiten omhoog wijzen.

- schapen en geiten ook met elkaar kunnen paren? (Dat las ik op internet; dan heb je een scheit of een gaap of ...)

- het schaap wel 20 jaar oud kan worden? worden ! Op hoge leeftijd verliest een schaap zijn tanden en keizen waardoor het niet meer goed kan eten. Maar meestal worden ze al veel eerder geslacht.

- de hoeven van schapen (net als de nagels van mensen) geknipt moeten worden? 2x per jaar, tenzij ze met hun hoeven veel over een harde ondergrond lopen, dan slijten ze vanzelf. 

- schapen die een vlakke platte rug hebben zichzelf niet meer overeind krijgen als ze op hun rug gedraaid zijn? Daardoor worden hun darmen gedraaid, waardoor er giftige stoffen en gassen vrij komen waardoor dat schaap dood gaat als hij niet snel op de been wordt geholpen.

- er heel veel uitdrukkingen en gezegden over schapen zijn? Wat betekenen bijvoorbeeld:

  1.     je schaapjes op het droge hebben ?
  2.     als er 1 schaap over dam gaat volgen er meer ?
  3.     schapenwolkje ?
  4.     schaapachtig lachen ?
  5.     het zwarte schaap zijn                                        Blatende groetjes, Circe

De volgende opdrachten heb ik gemaakt in de vorm van een speurtocht. De nummers met en zonder opdracht volgen elkaar op. Daardoor weten de kinderen of ze de juiste route lopen én ze leren tellen (…).

Eigenlijk kun je dit soort speurtochten toepassen op elk onderwerp dat je kiest. Je leest er het een en ander over en bedenkt leuke opdrachten om te doen én waar de kinderen wat spelenderwijs van leren. Zo merken ze bij het zelf uit wol een draad tot armbandje draaien dat wol vettig is. Zo’n gegeven kun je gebruiken om te vertellen waar wolvet voor wordt gebruikt (vaseline) en dat daarom schapenhoeders hele zachte handen hebben – ze raken vaak de schapen aan en krijgen zo regelmatig een goede handcrème op de handen. Als je een schaapshoeder ontmoet dan vraag maar eens of je diens handen mag voelen, als je dat durft (…..).

NB Ik heb de opdrachten genummerd. Dat hoeft niet. Je kunt ze ook los er bij leggen. Kijk even in het gebied waar je de speurtocht wilt doen in welke volgorde de plekken van achtergebleven schapenhaar e.d. het beste zijn voor welke opdracht.

2

Het is 7500 jaar vóór Christus (het jaar 0). Jullie zijn wilde schapen. Jullie leven in Azië. Totdat een zeeman jullie ontdekt. Hij neemt jullie mee naar Nederland. Daar wordt de zeeman boer. Jullie wonen nu bij hem naast de boerderij. Hij heeft namelijk ontdekt dat jullie melk erg lekker is. Proef maar ! (Kijk eens op de tijdbalk).


TIJDBALK
7500 voor Christus5000 voor ChristusHet jaar 02007 na Christus
Wilde schapen Azië
mee naar Nl., want
een zeeman ontdekt
de lekkere melk.
Schaap bij boerderij.
Tam schaap in Nl.

Van wol ~draad ~
tot warme trui
Schaap hei potstal.
Schapenkaas.

Warme vacht
vaseline e.d.
Heidehoning.
Tig soorten schapen

Schaap = beheerder
natuurgebieden.
Hei + wei schaap.


4

Het is 5000 jaar voor Christus. Jullie zijn inmiddels tamme schapen geworden. Eens per jaar word je geschoren. En dan maakt de boerin sterk garen van jullie wol. Daarmee kan ze prachtige truien en lekker warme sokken breien !

Draai nu elk van een plukje wol een draad en knoop dat om je pols ( wollen armbandje).

 6

Kijk onderweg naar sporen van schapen. Keutels, vraat, plukjes wol, pootafdrukken. Wanneer je een drol vindt, peuter die dan eens open Een schaap is een herkauwer. Kun je dat aan de inhoud van de drol zien ?

 9

Sommige dieren paren alleen met hun eigen soortgenoten. Bij schapen is dat anders. Een van de schapen heeft met een geit gevreeën. En de boer staat met de handen in zijn haar. Heet het jonkie nu een gaap of een scheit of………..bedenk samen een leuke naam !! En maak een tekeningetje van hoe je denkt dat dit jonkie er uit ziet.

11

Je bent in de sloot gevallen en kun er zelf niet uit komen. Wat nu ? Bedenk samen een oplossing.

14

Jullie lopen als groep schapen in dit natuurgebied te eten. De schaapshonden beschermen jullie tegen roofdieren ! En de schaapshonden zorgen er voor dat geen van jullie afdwaalt. Eén van jullie is de schaapshond. De anderen gaan zich verstoppen. Kan de schaapshond alle schapen terug vinden ? Blijf zitten waar je zit en verroer je niet……(max.15 minuten).

16

Iemand roept: “Wat ben jij …..ooi !” Ben je dan een mannetjes-schaap, een vrouwtjes-schaap of een baby-schaapje ? Ga pas verder als je het antwoord weet en schrijf dat op.

19

Oude schapen hebben in het natuurgebied een heerlijk vrij leven gehad.  En wanneer ze dood gaan, maakt de boerin hun vlees heerlijk klaar om vanavond met de boer te eten. En de boer maakt van de darmen snaren voor de viool van zijn dochter. Kunnen jullie muziek maken met materiaal uit de natuur ? Probeer eens hoe het klinkt als je 2 stenen tegen elkaar ketst, of met een blad ritselt, of……

21

Jullie hebben je buikje rond gegeten. Jullie liggen nog lekker wat na te kauwen in het zachte gras. Helaas is 1 van jullie schapen op de rug gerold. Daardoor zijn de darmen gedraaid. Dat betekent dat er giftige stoffen en gassen vrij komen. Het schaap moet zo snel mogelijk weer op de been geholpen worden, anders gaat hij dood. De ene helft van jullie groepje gaat op de rug liggen. De anderen gaan jullie zo snel mogelijk weer veilig overeind helpen. Wie ontdekt de snelste manier ?

23

In jullie schapenwol zit wolvet. Dat is water afstotend. Net als een regenjas dus. Hoe warmer het buiten is, hoe zachter het wolvet dat in je wol zit. Dát maakt scheren extra makkelijk. Kun jij een schaap scheren zonder hem te verwonden ? Blaas met je groepje 2 ballonnen op. Smeer deze in met scheerschuim. Schéér nu de scheerschuim van de ballon…….héééel voorzichtig, zonder dat die knapt……Is het mislukt, dan heb je met de 2e ballon een herkansing !

26

Een schaap kan wel 20 jaar oud worden ! Hoe oud ben jij ? Hoe oud is iedereen van jullie groepje samen bij elkaar opgeteld ?

28

Jullie schaapjes hebben prachtige hoeven. Net als de nagels van mensen groeien de hoeven. Ze moeten 2x per jaar geknipt worden ! Tenzij je met je hoeven over een harde ondergrond loopt, dan slijten ze vanzelf. Kan dat hier ? Hoe houd jij je nagels kort ? Weet jij een dier dat juist lange nagels nodig heeft, bijvoorbeeld om te jagen ?

31

De boerin heeft van jullie schapenmelk…..schapenkaas gemaakt. Voor elk van jullie ligt er een stukje in de doos om te proeven. Vind jij de kaas goed gelukt ?

34

Jullie groep (kudde) schapen is dol op lekker eten. Gras, jonge hei, fruit, en nog veel meer. Kijk eens om je heen….zie jij hier lekkere hapjes voor schapen ? Wie vindt de langste grashalm of pijpenstrootje ?

37

ken jij een slaapliedje waar schapen in voor komen ? Zing dat samen ! Wat kun je tellen als je moeilijk in slaap kunt komen ?

39

Dit is de laatste opdracht. Wat betekent: je schaapjes op het droge hebben ? Als er 1 schaap over dam gaat volgen er meer ? - Schapenwolkje ? Het zwarte schaap zijn ?

Je kunt ook de extra speurtochtnummers in vakjes printen + plastificeren = er vaak mee doen.

 


Wat je nodig hebt aan materialen volgt nu:

nummers en opdrachtkaartjes + materiaal en wasknijpertjes om ze op te hangen.


OpdrachtMateriaal
4Schapenmelk in fotorolhoudertjes om uit te drinken (1 per groepje om te proeven).
6Plukjes wol om een armbandje van te draaien (voor elk kind 1).
23Spuitscheerschuim / botte scheermesjes /   2 ballonnen per groepje / oude poetsdoek.
31Schapenkaas in blokjes, eentje per kind. Schapenyoghurt.

Werkwijze:

* De route wordt met nummers in een parcours uitgezet, de start is tevens het eindpunt. * Bij sommige nummers hangt een apart kaartje met de opdracht. (Zie overzicht voor welke opdracht bij welk nummer hangt + welk materiaal daar bij hoort). * De groepjes starten elk op een ander punt in de route en zijn klaar als ze helemaal rond zijn (weer terug zijn op het nummer waar ze gestart zijn). * Afsluiting van het spel is het door ons checken van de antwoorden en een rondje ranja.


Heb je veel kinderen, werk dan in twee groepen: De kids gaan nu lekker spelen, totdat ze door kunnen naar de schaapsherder. De kids die bij de schaapsherder waren gaan nu het spel doen. Zowel de nummers lsl de opdrachten worden geplastificeerd, zodat ze vaker gebruikt kunnen worden. Ze zijn op te hangen met kleine wasknijpertjes. Dan hoeft er geen punaise in de boom. NB Werk je met zeep (scheerschuim) zorg dan voor een natte lap in een plastic tas om handen en spulletjes af te vegen. Er mag geen zeep in de natuur terecht komen, omdat het de oppevlaktespanning van het water breekt - dat kost allerlei waterleven het leven. Ruim ook ballonresten op en gooi ze thuis in de prullenbak.

 
Veel plezier met deze wollige blatertjes, Circe
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Spelletjes met leren door nabootsen van dieren en hun gedrag
* echolocatie:
de vleermuis roept met blinddoek vleer vleer en de mot antwoordt mot mot terug - de vleermuis probeert zo op geluid de mot te vangen. De andere kinderen vormen een kring en zorgen dat beide dieren veilig daar binnen blijven. 
* jagers en prooien: de vos zit in het midden en probeert de hem besluipende eekhoorntjes te horen; wijzen in de richting van het geluid betekent dat je terug gaat naar je startpunt - lukt het je de vos te naderen, dan ga je er naast zitten (of er achter, om het iets moeilijker te maken). Als het waait kun je dit ook doen door één keer in + uit de wind te gaan zitten om het verschil op te merken. Je zult ook merken dat je zittend meer hoort dan wanneer je staat (groot dier).
* "machine":
als warming up met theater deden we vaak de menselijke machine: ieder van ons was een onderdeel met een eigen beweging en geluid en dan sloot er steeds een nieuw iemand bij aan. Deze werkvorm kun je ook toepassen om een groepje kids de onderdelen van een dier of boom uit te laten beelden. Je kunt het spel moeilijker maken door een klein aantal kinderen toch een duizendpoot  (hoeveel pootjes hééft dieeigenlijk?)uit te laten beelden e.d. omdat ze dan meerdere dingen tegelijk moeten doen (hoofd én voelsprieten zijn én 2 poten).
* wintervoorraad:
de eekhoorns verstoppen hun (aantal) eikels / dennenkegels voor wintervoorraad - van hun thuis gaan ze langs de vos om af en toe wat eten op te halen. Zijn ze getikt door de vos, dan leveren ze het voedsel in. De laatste keer dat je dit spel herhaalt (vaak willen de kids nóg een keer) kun je getikte eekhoorns de vos laten helpen (worden dan ook vos). Ook kun je het spel moeilijker maken door zowel op de heen als de terugweg de eekhoorns te laten tikken, o pde heenwweg moeten ze dan eerst terug naar start en opnieuw beginnen.
Anecdote: de kids hebben snel door dat als er maar 1 vos is, zij snel kunnen rennen als die achter 1 van hen aan gaat. In de laatste ronde wordt het lastiger: de laatste eekhoorn sluipt met een grote omweg vanaf zijn wintervoorraadje terug, achter dikke bomen en struiken langs, ongezien omdat hij een onverwachtte en enorm lange route gaat, duikt hij van achter het startpunt ineens "thuis" op.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Speuren naar sporen

Vraatsporen (aarde wormhoopje, gras, blad, in stam en aan schors. schorssnippers, vrucht, noot, paddestoel) - botjes / graten - jassen (veren, haren, wolvacht) - woonplekjes (nesten, holletjes, slakkenhuis, zaaddoos plant, krabbenschild, schelp, molshoop, web, beverburcht) - pootafdrukken (in zachte grond zoals klei, sneeuw, modder) - drollen (vorm, grootte, kleur, geur en inhoud verraden van wie die is) - braakbalen (is het uil of toch reiger...) - wissels (paadjes) en slaapplekken (schoongekrabt door ree, leger haas, houtsnippers tegen de dijk als bedje van de bever) - spuugbeestjes, sterrenschot, galletje, pop, bladroller..............

Inleiding

We kijken door de ogen van een natuurbeheerder die biodiversiteit belangrijk vindt: jouw missie is te helpen met in kaart brengen van zoveel mogelijk diersoorten die in dit gebied voor komen.

Werkvorm

* kies een gebied: langs de rivier kun je strand jutten en andere sporen vinden, in het bos vind je weer andere sporen dan in een ruig begroeid gebied zoals de Millingerwaard.

* ga op pad om sporen te ontdekken - neem een verzamelzak mee

* bedenk samen van welk dier deze sporen zouden kunnen zijn - denk daarbij aan kenmerken van het dier, zoals gebit-gedrag-vorm: een dassenhol is breed / een vossenhol is hoog / een muizenholletje is klein. Een slak heeft een "scheermesje" en een mineerdertje past tussen de 2 laagjes van een blad etc.

* volg eens een spoor, bijvoorbeeld van ree: welke kant gaat die op - heeft die gerend (hoefjes staan uit elkaar) of geslopen (minder diepe prent) en zijn er bijvoorbeeld hondensporen bij (achterna gezeten); zo kun je het verhaal van dit dier "lezen".

Naverwerking

Welke sporen hebben we gevonden? Wat leeft er aan dieren in dit gebied? Hebben ze voldoende ruimte, eten, schuilplek, voortplantings-gelegenheid? (Dat laatste kan voor bovenbouw in combi aangeboden worden met onderwerpen als gezondheid / inteelt en verspreiding van de soort = leefgebieden / biotopen en of die op elkaar zijn aangesloten = bereikbaarheid dankzij ecologiese verbindingen).

Is het je opgevallen dat er sporen vanr kleine en grote dieren zijn? Wat zou je in het gebied willen doen om de natuur daar een handje te helpen?

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Stenen

Zoeken (plat rond hoekig / glad ruw / licht zwaar: wegen in beide handen en raden welke het zwaarst, checken met klein weegschaaltje / hard zacht, krassen op elkaar of vuurstenen ketsen etc. / kleurverschillen zie je het beste als je de steen nat maakt) - slijpen - ketsen op het water - zoeken voor een ander: ik vind je keigaaf, omdat... / ik vind je een kei in .... - maak een wenssteen - houd een steen in je broekzak en voel er vaak aan, dan wordt die steeds zachter = knuffelsteen - maak een amuletzakje voor je droomsteen - maak van stenen kleine beestjes zoals een lieveheersbeestje met lijm: takjes als pootjes en bessenzaad als oogjes, etc. - maak met stenen een mandala - een herkenningsteken / familiewapen - leg je naam of een boodschap - van vuursteen kun je met een hamer prachtige speren maken, máár....zorg voor een doek over de steen vóórdat je hamert, want er vliegen vlijmscherpe splinters af!!!

Keigaaf - keigoed - steenkoud - een kei zijn in iets - een hart van steen - een steen op je maag - je steentje bijdragen - uitbeelden en raden .....

Vind een steen die iets bijzonders heeft (ook al kun je het niet benoemen) en leg deze in het midden van een cirkel die je trekt in het zand; bouw hier omheen een mandala (met stenen of allerlei natuurlijk materiaal) - gebruik ook bijvoorbeeld zand om vormen (lijnen) te trekken of vlakjes op te vullen (tussneruimtes).

Voel wat je zou willen wensen voor de aarde - dat het goed met alles gaat - geef je wens aan een steen in je handen (of aan de steen die je al de hele dag bij je draagt) - gooi deze in stromend water / meer - het water verdampt en dan regent je wens op de aarde neer.

Vind een steen die om wat voor reeden dan ook je aanspreekt - zonder reden mag ook - kijk er naar, voel er aan, ruik, beluister de sfeer van de steen - benoem wat je waarneemt. Doe de steen als persoonlijk medicijn in je medicijnbuideltje (indiaans) en haal hem tevoorschijn als je er behoefte aan hebt. Bijvoorbeeld de steen herinnert je aan orde (lijntjes) warmte (zacht rond warm in je zak) schoonheid (hangertje er aan plakken kan met sierradnelijm) etc.

Tikkertje: de groep is hete lava (ze kunnen als variant allemaal kleuren krijgen van mineralen zoals witte kwarts gele zwavel rode ijzer groene glauconiet etc.) - de hete lava beweegt aardscheuren in (achterlijn / tussen 2 bomen door / paar in zand getekende / met stokken afgebakende vakken in) en koelt af = gesteente (je kunt als je kaartjes met kleuren mineralen hebt uitgedeeld die omhoog laten steken , om zichtbaar te maken hoe het kan dat elke steen er anders gekleurd uit ziet / uit bestaat). Onderweg kan de afoelende lava onderschept worden door hitte (tikker) wat betekent dat hij weer smelt en mee gaat met de convectiestroom omlaag (terug naar start). 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sterren en planeten

Tip: Ben je vang in het donker, wil je persee een zaklamp mee? Zorg dan voor rood licht, dat verblindt niet. Bind bijvoorbeeld met een elastiekje een rood lapje voor je zaklamp.

Anecdote: We zijn op Schiermonnikoog - hier is amper lichtvervuiling en nergens een snachts verlichte stad in de buurt die de wolken oranje kleurt. We zien echter zóveel sterren dat we er niks meer van kunnen maken - dus liggen we enkel te genieten van de sfeer en het flonkeren.

Anecdote: Tijdens een volle maanswandeling en het opsnuiven van de sfeer en geluiden van het nachtleven zien we geleidelijk de sterren aan de horizon verschijnen en precies als herkenbaar sterrenbeeld aan de hemel staan: de pleiaden, grote beer, cassiopeia, ..... en wat is dat ook weer de zwaan? Een meneer trekt zijn I-pod en meldt: "Ik kan zo opzoeken welke sterren het zijn" - het licht van de I-pod springt aan en we zien weinig meer dan vlekken voor de ogen .....; best handig, zo'n app - alleen kijken we vanaf nu meer naar dat apparaat om te zien wat wat is, dan opgenomen te worden in het flonkerende universum.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Struinen in de Gelderse Poort

Je kunt heerlijk struinen in de Gelderse Poort - er zijn verschillende gebieden die worden onderhouden en ingericht door de (grootte van) kuddes koniks, gallowayrunderen en bevers. Zij zorgen voor gevarieerd landschap, van laag (kruiden) midden (struiken) hoog (bomen) en open waterranden (zonlicht = waterplanten = schuilplek insectenlarven, jonge visjes e.d.). Op een gevarieerd landschap (biodiversiteit) komen allerlei soorten insecten en vogels, roofdieren en zoogdieren enz. af Dus als je struint = overal dwars doorheen banjert, de paadjes van wilde paarden of reeen volgend, dan kom je van alles tegen: van eetbare planten tot botjes van een opgegeten gans, van plukplekken van de sperwer tot drollen van vos, knaag van bever en pootafdrukken van das. Langs de Waal kun je geweldig strandjutten en iets maken (natuurkunst - stenen in allerlei kleuren en schildjes van wolhandkrab of afvalkunst - we hadden laatst zelfs 5 complete paren schoenen) 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uilen

Uilenballen pluizen - van welke uil is deze bal en welke muis heeft die gegeten en hoeveel? Botjes pluizen en op zwart karton plakken - met de bottenzoekkaart kijken welk bot wat is (heupbeentje, schouderblad, schedeltje).

Uilen bekijken binnen - opgezette uilen lenen - onderdelen en funktie: met die klauwen wordt de muis gevangen en in 1x doorboort = dood! Dan gaat de muis als totaal naar binnen - dan is het oogjes dicht en snaveltjes toe: slapen en verteren.

In de maag komt er een slijmlaagje, dat glijdt lekker, dan braakt de uil de rstjes van zijn maaltijd op en uit.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vleermuizen

Fabels over vleermuizen kun je ontkrachten met de flyer van de vleermuisvereniging - het is een mooi dier en komt in ongelooflijk veel soorten voor. Je kunt ze vinden met de geluiden-voor-echo opvanger: batdetector. (Zie ook spelletjes: vleermuis en mot.

Timmer je eigen vleermuiskast en kijk op internet voor ontwerpen en hoe / waar je die kunt ophangen. Veel vleermuisjes zijn zó klein, dat die al door een halve centimeter opening met gemak naar binnen kruipt.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voedselketen

Hoe eten en gegeten worden werkt - het bos of welke biotoop ook een samenhang vormt waarvan elk onderdeel belangrijk is voor de rest - beschrijf ik twee spelletjes:

1. gooi een bolletje katoen over in de kring met de volgende vraag: ik ben .... wie eet mij graag? ... stel je bent een vlieg en er komt een kikker, dan houd je de draad vast en gooit het bolletje garen naar de kikker. Ik ben een kikker, wie eet mij graag? Reiger: ook de kikker (en de vlieg nog steeds) houd zijn einde van de draad vast en gooit het bolletje garen naar de reiger. Al doende ontstaat er een web van garen in de kring. Je kunt nu laten zien dat dit toont hoe alle leven van alkaar afhankelijk is. Laat tot slot 1 kind de draad los laten: wat zie je gebeuren? Het web stort in! 

2. Bereid het spel voor door zelf kaarten te maken met de planten en dieren die je aan bod wilt laten voor komen in deze voedselketen - dan spelen de kids het spel door in de kring te gaan staan en zonder te kijken een kaart te trekken van wei ze gaan zijn (of je deelt de kaarten willekeurig uit. Voor oudere kinderen kun je een kaart maken met de mens. Want ook die maakt deel uit van de kringloop van leven, wordt opgenomen tijdens het leven en bij sterven in de voedselketen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vogels

Ik ben groot fan van kinderboeken over natuur - want die snap ik - en er wordt duidelijk in uitgelegd wat ik wil weten zonder al te veel moeilijke namen en wetenschappelijke wetenswaardigheden waar ik in het veld niks mee kan (wil). Er is een prachtige serie natuurboeken van "goed bekeken" waarvan ik je "kijk op vogels" kan aanraden. Ook heb ik meestal het skelet bij me van een buizerd, dat mooi van top tot teen schoon afgeknaagd door een bunzing in het weiland lag. Je kunt daar mooi de roofvogelklauwen en haaksnavel laten zien en voelen. Om te laten zien dat de botten hol zijn vraag ik de kids thuis een kippenbotje door te breken. Ik vertel er bij dat ik vegetarier ben. Dat is een mooie aanleiding om te kijken wat vogels eten: hun snavelvorm is aangepast aan het voer: grazers - zaad etertjes - insecteneters - ik heb een zoekkaart bij me waar ze op staan, die snavelvormen. We volgen het trappelen van merels in het gras om de wormen naar boven te halen (die denken dat het gaat regenen en willen niet verdrinken) en proberen zelf uit hoe en of dat trappelen werkt. Dan bekijken we ook meteen de worm ... wormen ... wauw wat een boel!! Wat eten die eigenlijk? Tegen het licht gehouden kun je de zwarte klompjes aarde in de worm zien zitten en soms heb je geluk, dan poept hij op je hand!

Anecdote: Langs de sloten zitten de reigers al klaar, misschien een stuk of 40. De paddentrek is op gang gekomen en dat weten ze precies. We komen vroeg in de ochtend, voordat alles wakker wordt, om de amfibieen te inventariseren en over te zetten. daarbij worden we vanuit de bovenste takken in de bomen door kraaien precies in de gaten gehouden. Om de overlevingskans te vergroten graven we de amfibieen lekker onder de bladeren. Zodra we onze hielen lichten zeilen de kraaien omlaag naar waar we net werkten ...
Anecdote:
Deze nazomer waait het af en toe stevig. De tortel in mijn achtertuin zit op 2 eitjes en gaat steeds verzitten als de zwiepende tak hem uit evenwicht brengt. Uiteindelijk geeft ze het op: de eitjes worden het nest uit geziwept. Een paar dagen later zit ze met haar maatje knus samen op de tak en begint opnieuw. Helaas regent het twee weken later met bakken uit de hemel - dat is de tortel teveel overmacht, ze verlaat de eitjes; ik heb diepe bewondering voor haar doorzettingsvermogen en werkelijk pas als het écht niet meer gaat het opgeven. Soms denk ik dan terug aan mijn eerste aurahealingleraar, die zei: "Ik verwacht dat je op les komt, tenzij je dood bent". Daarmee bedoelde hij dat we vaak zelftoegeeflijk zijn (geen zin, moe, het regent etc.) en ergens niet echt voor gaan.

Veel mensen die vogels gaan kijken nemen hun verrekijker mee. Voor watervogels en ganzen kán dat handig zijn. Zeker als de ganzen gewend zijn bejaagd te worden, dan zwemmen ze al snel weg als je er aan komt. Vandaar dat ergens rustig gaan staan of zitten goed werkt als je veel wilt zien. In het bos is het een bijzondere ervaring dat je met een groep stil kunt gaan zitten = het territorium dat je in neemt door je lichamelijke houding, rustige gedrag en geluid is klein - dan komen de vogels steeds dichterbij. Ben je creatief als gids, dan kun je een cape met capuchon naaien in boskleuren (of zandkleur of bushkleur) om zo ongezien in het veld waarnemingen te doen. het is heel spannend als de boomklever of het koolmeesje e.d. steeds dichterbij komen: eerst hoor je ze in de verte zingen en na een tijdje zitten ze zowat recht naast / boven je.

Een minuut stil zijn en geluiden luisteren en dan vingers opsteken als je denkt een nieuwe vogelsoort te horen .... samen nog eens luisteren en in de ricting wijzen waar het geluid vandaan komt .... naderbij sluipen om te zien welke vogel het is .... het geluid tekenen (kortkortlang etc.) Zulke spelletjes zijn een aanleiding om iets te kunnen vertellen van dat elke vogel zingt zoals die gebekt is (haha) - dat er verschilende soorten geluiden zijn (waarschuwingsroep, lokroep, vraag en antwoord bij territorium markeren in het voorjaar door de mannetjes etc.). Veel vogels zingen hun eigen naam, zoals de tjiftjaf en de kraa(i), de koekoek ... soms haal ik een geintje uit, dan zing ik "de uil zat in de olmen" en vraag direct daarna: wat voor geluid maakt een uil? Dan roepen de kids vaak: koekoek! Dat werkt denk ik net zoals wanneer je iemand heel snel achter elkaar orkorkorkorkork laat zeggen en dan vraagt: soep eet je met een ....

Pssssh zo'n 3x 3 seconden ritmies herhalen - verschillende ritmes werken bij verschillende vogels, probeer het maar uit - doet vogels dichterbij komen om te kijken wat er aan de hand is, zo kun je ze goed bekijken - je kunt dit ook doen door je ook onder groen zeil of een cape te verstoppen en voor je een tak in de grond te steken waar de vogel op kan landen. Misschien heb je het wel eens op tv gezien dat veel fotograven van een dekmantel gebruik maken om ongezien (en ongeroken) de mooiste fotoos te kunnen maken.

Anecdote: Een kennis van me verzorgt wilde dieren die zijn zus (dierenambulance) heeft opgelapt. Hij zorgt dat ze weer geleidelijk terug kunnen het wild in. Hij heeft een kauwtje dat ik mag voeren met kattevoer uit blik. Eerst met een lepeltje, maar al snel houd ik het voer tussen twee vingers en steek dat in het bekje van het kauwtje. Hij vindt het heerlijk en laat me helemaal naar binnen zijn huigje aanraken. Hij maakt allerlei geluidjes van kirren en knorren tot een beetje zangerig - ik ben verbaast wat een enorme verscheidenheid aan geluidjes hij kan maken - hij springt met zijn 2 stevige poten langs mijn arm omhoog en gaat op mijn schouder zitten - veegt zijn bekje door mijn haren - geeft me kopjes als een poes - even gaat het door me heen dat hij zo in mijn oog kan pikken (of doen alleen kraaien dat als ze het zien glinsteren? of zij ook niet?) - vanaf vandaag let ik op groepen kauwtjes en hun onderlinge communicatie, geweldig wat een sociale dieren!

Veren zijn een dankbaar onderwerp bij vogels. Je kunt laten zien dat de vogel in de rui is (met pin) door de losse haren heel zachtjes uit elkaar te trekken: bij de versleten veer zijn de anders krachtige dwarsverbindingen "lam". Een plukplek (havik e.d.) laat een stapeltje veren zien met pin + een door vos gevangen vogel mist de kop en de topjes zijn van de pinnen geknaagd - bunzing bijt de slagader door (de kop zit er nog aan) en eet het skelet prachtig schoon langs de ruggegraat, zoals in het voorbeeld van de buizerd die ik had gevonden.

Als je geluk hebt vind je een keer de staartveren van een grote bonte specht: ze zijn ruw en vaak versleten, ze dienen immers als steun van de specht die tegen de stam leunt.

Bij zwanen en ganzen kun je erg goed de draaiing van de vingers van de vleugel horen als "gezang" van de veren - ze draaien de vinger verticaal = ene kant smal andere kant breed - zodat ze met de slag naar boven zichzelf niet omlaag drukken. Bij de slag omlaag wordt de veer weer horizontaal gebracht, voor optimaal omhoog drukken van het lichaam - en dat draaien hoor je. Officieel heten deze 10 buitenste (langste) veren de handpennen - ze kunnen ook schuin omlaag en schuin omhoog gericht worden, zodat ze het stijgen en dalen mogelijk maken. Door naar achter te slaan met de vleugel zie je dat er geremd wordt, net als met het spreiden en omlaag houden van de staart. Vooral bij buizerd kun je goed bekijken hoe die met zijn staart (bij)stuurt in de lucht. (Zie meer info in genoemde boek). Als je een uilenveer kunt laten zien is dat erg leuk, omdat die flosjes heeft die het vliegen geluidloos maken, zodat hij zijn prooi geluidloos kan naderen.

Anecdote: Ik heb een boemerang gesneden uit hout en wil hem testen in de leemkuil. Het schemert al en ineens komen er van achteren 2 bosuilen breedgevleugeld geluidloos over mijn hoofd vliegen.

Grip is ook zo'n slim iets: de vogel zit op een tak in harde wind zonder er af te vallen ... net als bij mensen de duim en vingers, staat 1 teen tegenover de andere tenen. Daarmee kan het vogeltje zich dus vastklemmen. Maar er is nog iets wetenswaardigs: hij kan zich onlosmakelijk vastklemmen! Wanneer een vogel opvliegt zie je dat hij even door de knietjes buigt (die naar achteren staan, schattig he?!) want hij zet zijn spieren "op slot". Dat moment van door de knietjes gaan is dus nodig om van het slot te komen - wel lastig als je héél snel weg moet komen vanwege een kat of roofvogel ...

Nesten is ook een interessant onderwerp: ga op zoek naar woningen van vogels. Van het gaatje van de koolmees tot het zelf dichtgemetselde gaatje van de winterkoning, het rommelige nestje van de tortel en het stevige mosbelegde merelnest - de grote horst van de havik en het lange huisje van de ekster. Neem een plaatje mee van een spechtengat: een diepe "gang" omlaag, zodat een rover moeilijk bij de eieren en de jongen kan komen. Want de specht is relatief groot en heeft dus een groter invlieggat nodig. Natuur is écht superslim!!

Eitjes herkennen aan vorm kleur formaat is niet mijn ding, ik vergeet het gewoon steeds weer. Wat ik wel altijd bekijk is het open zijn van het ei: is het uitgekomen (op kop), gepredeerd doro een bunzing / vos / marter (gaatjes van hoektandjes), of geroofd door ekster of kraai e.d. (hakken van de snavel.) Er is trouwens een erg leuk boekje van de weidevogelbescherming met alle nestplekken / vormen, soorten eieren en gedrag van meneer en mevrouw weidevogel tijdens het broedseizoen - met als leuke toevoeging het herkennen van gepredeerde of uitgekomen eieren.

Silhouet en vlucht is per soort verschillend. Het klapklapklapglij = specht - etc. Dan heb je natuurlijk het bidden van de valk en het op termiek zweven van de buizerd en ooievaar. Zie je een groep vogeltjes met driehoekige vleugeltjes dan zijn het spreeuwtjes etc. Wat ook interessant kan zijn is de antivries in de poten van de reiger, opdat hij niet last krijgt van koude voeten in de winter. En het mededogen wordt gewekt als je vertelt dat het ijsvogeltje geen vis kan vangen als het water dichtgevroren zit: even een wak hakken in het ijs dus. Soms kun je natuur een handje helpen! Als je je verder verdiept in het slimme leven van vogels, dan zie je dat ze precies de energie verdelen van (trek) aankomen - eten - vrouwtje lokken - nest bouwen - paren - jongen groot brengen (de energie gaat in het eieren vormen + voedsel zoeken zitten) - dan pas volgt de rui: energie wordt nu besteed aan nieuwe veren - dan is het tijd om je vol te eten en weer op trek te gaan. Elke vogelsoort benut opstijgende wind (zwanen) of de minste luchtweerstand: net boven de golven van de zee(ganzen) etc. en als je dan ziet welke afstanden ze afleggen en welke gevaren ze onderweg tegen komen (verdroging milieuvervuiling bejaging roofdieren klimaatverandering = stormen electriciteitsdraden)....

Anecdote: We lopen in het veld langs de Waal aan de Lentse kant - een groep groenlingen schrik op en vliegt net onder de draden van de electriciteitspalen op - de meeste vogels ontwijken de draden behendig, maar eentje vliegt er recht tegenaan en valt recht omlaag dood in de wei.

Struikenrij of takkenril: plant een bessenstruik of snoei en bouw een takkenril voor vogels. Je kunt natuurlijk ook wilgentenen snoeien en je eigen vogelkijkhut bouwen: steek de staken i nde grond envlecht de andere tenen er in (wandje of iglo-vorm) 

Wensstok: vind een veer(struinen langs ruiplek van ganzen of zwanen o.i.d.) of neem als gids een aantal veren mee - zoek een mooie tak - bind met verschillende kleuren garen jouw wensen voor vogels rond de stok en tot slot je veer als symbool van je verbinding met de wereld van je gevederde relaties- denk bij je wensen aan schoon water om te drinken, veilige trekroutes, schuil en voedselplekken etc.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Waterbeestjes

Met een schepnetje beestjes vangen is het leukst, want je kunt het netje heel rustig in het water laten zakken en dan met een paar keer verticaal op en neer bewegen naar je toe trekken - haal het netje dan horizontaal uit het water omhoog en keer hem om in een afwasteiltje o.i.d. (daar heb je natuurlijk eerst water in gedaan, want waterbeestjes ademen onder water of hebben water nodig. 

Een interessant trucje die ik eens van iemand leerde gaat als volgt: je snijdt een petfles door midden - iets meer onderste helft dan bovenste helft - en zet de bovenste helft omgekeerd in de onderste helft = fuik. Op de bodem van de fles leg je een beetje rauw vlees - dan zet je de fles onder water - maak hem vast met postelastiek aan een stok, zodat hij niet gaat drijven + je hem makkelijk terug kunt vinden (je kunt zelfs een vlaggetje op je stoktop maken). Na een half uurtje wachten hebben de aaseters het vlees gevonden: je haalt de fles uit het water en kunt de bootsmannetjes en andere vleeseters nu rustig bekijken!

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Wind ontmoeten en leren kennen: hallo wind!

Wat is wind - welke soorten wind (bries storm tornado) - element lucht - gerelateerde onderwerpen: trilling = geluid - klimaatverandering - grenzenloos - thermiek en roofvogels / trekvogels - veren: vorm en funktie - dampkring op aarde - 

Inleiding

Vandaag gaan we op zoek naar de wind. Of misschien vindt de wind ons als eerste. Wie voelt haar hier al een beetje?! Ik wil met jullie naar een speciaal plekje lopen waar we haar goed kunnen zien, horen, ruiken en voelen. Zullen we daar heen gaan?! Loop maar achter mij aan.

Werkvorm

* kring maken eerste kennismaking met de wind: Soms waait de wind je haren in de war en een andere keer streelt ze je wangen. Soms is ze warm en zwoel en soms is ze koud of brengt ze regen mee.

- Wind kun je voelen, op je gezicht - waaiend door de ruimte tussen je vingers als je je handen boven je hoofd brengt - waar voel jij de wind, blaast ze je bijna omver of merk je amper dat ze er is?

- Wind kun je ruiken dan draagt ze de geuren mee van waar ze vandaan komt. De ene keer een lekkere zoete of kruidige lucht, de andere keer de aaslucht van de vliegenzwam die vliegen wil lokken voor de verspreiding van de sporen (zaad) - wat ruik jij hier en nu? Dat geuren mee drijven op de wind daar maken we gebruik van als we een dier willen bekijken: we gaan dan net als een vos die zijn prooi besluipt tegen de wind in lopen = je geur wordt van je prooi weg gevoerd. Steek eens je neus in de wind of je iets ruikt?

Ga dan eens de natuur in (grens aangeven tot waar) en wrijf eens aan blaadjes en dennennaalden, ruik aan bloemen, krab met je nagel over schors, til een stukje mos op om er aan te ruiken - je verzamelt de geuren die je wel wat vindt hebben in je potje (fotorolhoudertje met deksel kunnen ze mee naar huis nemen) – zo maak je je eigen natuurgeur-parfum maken + versieren (cocktail) + naam geven – geurpotje van elkaar ruiken (doorgeven in de kring). Met een drupje toverwater uit het pipetflesje + stampen / roeren met een stokje gaat je natuurparfum nog sterker ruiken.

- Wind kun je zien, zoals ze de grassen voor je voeten laat buigen en terugveren - zoals ze op ooghoogte door de bomen waait - zoals ze de wolken (soms in meerdere lagen = tempo-verschil) voort drijft - beweeg eens met met wat je ziet en stel je voor dat jij dat gras bent, zo buigzaam en soepel terugverend als de wind even afneemt - stel je voor dat je de boom bent, stevig staand en meebuigend of juist krakende knakkende takken als het leven er uit is - kijk eens naar de wolken en stel je voor hoe het is om te drijven als een vogel op de wind of juist in het ritme van de vogelsoort die jij bent jezelf in de lucht te houden, kijk maar eens naar de koolmeesjes of de zwaluwen .........

* Meebewegen of weerstand bieden zoek eens iets dat soepel kan buigen en iets dat breekt - als een boom dood is, dan is die soepelheid van mee bewegen (sapstroom) er uit (veerkracht = dood-krak en levend-buigen terug verend takje laten zien / voelen). Stel je voor dat natuur een spiegel is voor de mens: een star mens en een buigzaam mens, die beiden stevig blijven staan..... de starre mens met gestrekte benen, de buigzame mens iets door de knieen. In tweetallen gaan jullie nu boom en wind zijn: de boom gaat stevig staan en voer de druk van de wind (rechts) af via het linkerbeen de aarde in - en vise versa. Doe dat eens als starre boom en als soepele boom..........

* kun jij wind vast pakken? We gaan haar vangen met een plastic zak aan een touwtje: rennen tot je zak vol is, dichtbinden en dan.... kun je er mee knuffelen of hem laten knallen ...........

* temperatuur adem eens 3x de wind diep in door je neus en voel de temperatuur er van – warm / koud - en adem dan eens uit door je mond tegen je hand: wat merk je aan de temperatuur van die lucht? Adem ook eens uit tegen een spiegeltje - snap je wat ze bedoelen als ze o ptv praten van luchtvochtigheid? Heb je gevoeld dat de wind koel naar binnen stroomt en warm naar buiten?! Zo snel warmt je lichaam de lucht op!

* thermiek zo warmt het lichaam van de aarde in de zon. Als er vogels te zien zijn: Vogels maken gebruik van die warme wind. Wie weet hoe? Inderdaad, warme lucht stijgt op, dat heet thermiek. Kijk maar eens naar die buizerd. Grote vogels spreiden hun vleugels en laten hun gewicht zo dragen door de warme lucht (aandacht voor de staartbeweging waarmee hij stuurt / als er water is kijken hoe vogels remmen met vleugelslag naar achteren en staart laten zakken = windweerstand). Als er ganzen over komen aandacht besteden aan het geluid van de draaiende vingers = verticale stand betekent verminderen luchtweerstand bij slag omhoog + horizontale stand bij vleugelslag omlaag (anders drukt die zichzelf omlaag en dat kost teveel energie, want de vetreserve is bij zware vogels snel op). Veren uitdelen om zelf die beweging te maken en te voelen wat wapperen met de veer doet met de luchtweerstand. Een vogel heeft holle veren en botten (schacht doorknippen / botje van kip oid breken om het te laten zien), daar zit lucht in en dat weegt niks. Bij mensen is dat anders, wij hebben merg in onze botten en zijn te zwaar om zelf op te stijgen, daar hebben we hulpmiddelen voor: vliegtuig / vlieger. PS als kinderen zelf veren vinden eventueel iets vertellen van de vorm + functie van de veer + relatie met uitvindingen die mensen doen door naar natuur te kijken, zoals de kleppen in vliegtuigvleugels. 

* sapstroom en zuurstof het is eigenlijk best bijzonder dat we wind hebben op aarde – de aarde is namelijk de enige planeet die dat heeft = beschermende dampkring. De lucht is al sinds het ontstaan van de aarde het zelfde – we ademen dus nog steeds de zelfde lucht in als de dinosauriers …. NB Groen van planten en bomen zorgt voor omzetten van CO2 in zuurstof via fotosynthese – en die wordt in gang gezet door de sapstroom (hangt van niveau groep af of ik daar iets meer van vertel). Je kunt de sapstroom in het voorjaar op gang horen komen als een pulserend ruisend ritme: leg de stethoscoop stevig (als je beweegt kraakt het alleen maar in je oor) tegen een beuk of andere boom met dunne schors (berk).

* geluid / trillende lucht dankzij de dampkring, de lucht, is er geluid op aarde. Op de maan of een andere planeet hoor je namelijk niks. Geluid, zoals de wind door de bladeren, is lucht die in trilling is gebracht. Dat bereikt je oor en dan hoor je iets. Als iemand zacht fluistert in je oor is dat net een zachte strelen – als iemand tegen je schreeuwt voel je de wind om je oren. (Even uitproberen….). Als iemand zo met veel lucht praat dan noemen we dat wel een blaaskaak. Luister eens met je ogen dicht naar het aanzwellen en afnemen van de wind, de wind doro de bladeren, het zoemen van een bijtje: wat hoor jij als je een minuutje stil en met de ogen dicht staat? Hoor je ook je eigen adem - die van je buren - als je gerend hebt, het hijgen ....

Zullen we een sluipspel doen? Het heet: Vos en eekhoorn: de vossen besluipen vanuit de kring / achterlijn de eekhoorn + die a) raadt hoeveel er achter hem staan b) wijst waar geluid vandaan komt = terug naar start.

* natuurmuziek breng zelf de lucht in trilling - maak je eigen geluiden met natuurlijk materiaal - je krijgt 5 minuutjes om op zoek te gaan en uit te testen welke geluiden je daarmee kunt maken en hoe de materialen klinken - dan komen we in de kring weer bij elkaar en klinkt ieder om debeurt - allemaal samen - begeleiden we een liedje dat we zingen - klinken we samen met de geluiden om ons heen, antwoorden, vullen aan - beelden we geluiden van een hoorspel-verhaal uit - combineren we ritmes peer + appel + ananas + pannekoeken - doen we tot slot het klapspel "regen" (klap klap klapklapklap tegelijk, dan steeds sneller wordt het een zooitje en klinkt het als een hoosbui).

* Wind en aarde–zwaartekracht: “Wat is zwaarder: een kilo stenen of een kilo veren ?!” Houdt samen blazend zo lang mogelijk een veertje / blaadje / paardebloempluisje in de lucht (thema aanpassing van “slimme” planten voor zaadverspreiding). Er is van alles dat zich door de lucht verspreidt – ziektekiemen (verkoudheid) t/m bacteriën (eten goed houden door vacuüm verpakken / ruimtevaart werkt daar mee): Kies een plekje om te zitten - (cape natuurcamouflagekleur beige zand groen bos) - Kijk om je heen naar planten (stuifmeel van brandnetel nazomer is prachtig) / dieren die beïnvloed worden door de wind (vogels in vlucht) / wat gebruik maakt van de wind (bij, mestkever, mug, lieveheersbeestje).


Recreatie in de natuur met wind: vliegeren - zeilen/surfen – hanggliden – lekker zeebriesje bij hitte – koele lucht onder bomen (vochtgehalte) – wolken kijken (beelden zien)


Beroepsmatig gebruik van wind: graanmolens – windenergie opwekken – je fietsband vol pompen - luchtballon


Wat weet jij van wind

(brainstorm) welke soorten wind ken je ? Hoe ontstaat wind eigenlijk?! Waarom gaat het nou juist in de herfst stormen ?


Hoe ervaar jij de wind

“Ik kan intens van wind genieten – storm geeft mij een goed gevoel – de kracht die de natuur losmaakt – de zwiepende en soms zelfs brekende takken – de voorbij vliegende wolken – al die energie die vrij komt daar krijg ik zelf energie van!”


Hoe werkt de wind Lucht beweegt van een hoge druk (warmte) naar lage druk: blaas een ballon op = hoge druk, en laat dan het tuitje los = lucht stroomt er uit, naar waar lage druk (koelte) is. Het drukverschil bepaalt hóe snel de lucht beweegt van hoog naar laag: hoe harder de ballon is opgeblazen = hogere druk, hoe harder loopt die leeg! Wég vliegt ie! Dus hoe groter het verschil tussen hoge en lage druk van de lucht, hoe harder het waait = de lucht beweegt van de plek met hoge druk naar waar lage druk is. We noemen iets storm als de lucht 10 minuten lang met 75 kilometer per uur (of meer) voortbeweegt. Dat heet dan windkracht

Anecdote: Ik weet nog uit de tijd dat ik windsurfde dat bij schuimkopjes op de golven het windkracht 6 á 7 was. Dan pakte ik het stormzeil ipv het grote zeil, want anders sleurde de wind me zo van mijn plank af.

Herfststorm: Drukverschil ontstaat op aarde door temperatuurverschillen: nazomer in Nederland: tijd dat het temperatuurverschil tussen de Noordpool + Tropen (noordelijk en zuidelijk halfrond) groter wordt – het verschil in de plek met hoge of lage luchtdruk wordt daardoor groter – die spanning bouwt zich meestal in een paar dagen op. Het gaat dan steeds harder waaien – in Nederland duurt zo’n storm gemiddeld 3 á 6 uur – de snelheid waarmee de lucht (wind) van het hoge drukgebied naar het lage drukgebied beweegt is 90 tot 140 km per uur. Het goede nieuws is dat bewegen van hoge naar lage druk het drukverschil doet afnemen = de wind “gaat liggen” heet dat.


Kijk eens als het waait in de straat, tuin en om je huis (bij bushokje)  naar kleine wervelwindjes = rond tollend blad – opgenomen en voortgejaagd worden van zand – beluister de geluiden – kijk naar vogels die zweven in de lucht = gedragen worden door de thermiek.


Maak een tekening van (je ervaringen met) de wind – teken jezelf in een herfststorm.


Welke spreekwoorden ken je met wind en wat betekenen die?!

Hoge bomen vangen veel wind / Iemand de wind uit de zeilen nemen / De wind van voren krijgen / Met alle winden mee waaien


Ontwerp je eigen weeralarm

Vroeger was het rustig op straat en gingen mensen naar binnen als het stormde. Tegenwoordig is alles volgebouwd en zijn er 7 miljoen mensen onderweg – vandaar dat er bij storm een weeralarm wordt afgegeven = mensen pas op!

Anecdote: ik was eens bij een jongetje op bezoek in het ziekenhuis - hij had 3 tekeningen voor op zijn deur, om bezoekers te laten weten hoe hij zich voelde: een "alles oké" zonnetje - een wolk met regen -  vulkaanuitbarsting met veel vuur en lava.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Wintervoedsel - winterslaap

Waar in het voorjaar alle energie van de dieren en planten gaat zitten in het voeden van de nieuwe aanwas, is de herfst een periode van overvloed wat betreft voedsel - reeen eten lekker rustig als het schemert de kruidenrijke grassen, met een vetlaag komen ze goed de winter door - eekhoorns mogen natuurlijk niet topzwaar worden, want dan storten ze naar beneden als ze van de ene boom naar de andere springen, zij verzamelen voorraadjes die ze terugvinden op geur (goede neus hebben die eekhoorns hoor!) dus als je een boomholte vol nootjes of tussen de wortels een vooraad eikels weggestopt ziet: afblijven!! - de gaai begraaft (duizenden) eikels één voor één door ze in de grond te hameren in de buurt van herkenningspunten (paaltje, struikje etc.)  zodat hij ze terug kan vinden - vogels laten organen die ze in het voorjaar nodig hadden voor het maken en leggen van eieren verschrompelen: zo zijn ze wat lichter en kunnen ze meer eten (bijvoorbeeld een vogeltje van 20 gram weegt nu 30 gram) en toch nog omhoog komen met vliegen, wel is het belangrijk dat we in strenge winters bijvoeren, want de vetlaag raakt dan snel op: 2 gram per nacht vorst.

Anecdote: Ik heb 2 egels in de tuin - maar voor ik door heb wat het is: wat een herrie, geknor gekraak .... ze eten een hoop slakken (de huisjes hoor je tussen hun tandjes kraken) - in de winter zijn ze 1 1/2 keer zo zwaar als in de zomer. Er komt er eentje steeds in de voering onder mijn bank overnachten - mijn kat heeft dat als eerste door en als die gromt en er met zijn pootje tegen voelt en dan ik met mijn hand het gewicht van de egel optil, wordt de egel wakker en komt doodleuk door de kamer naar buiten wandelen. In de winter hebben ze een veilige rustige slaapplek nodig: onder de bladhoop bijvoorbeeld.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zoekkaarten

Er zijn net zoveel zoekkaarten als natuurorganisaties, NME centra en onderwerpen - in binnen en buitenland - voor inheemse soorten is het zoekkaartenboek van natuurmonumenten aan te raden: lekker licht en er staan veel verschillende dingetjes in - KNNV en IVN en RAVON en Bijenstichting en Vlinderstichting en SOVON (vogels) en de Weidevogelbescherming en SBB en Vleermuiswerkgroep en Zoogdiervereniging en St. Ark en ......... even googlen ......... veel zoekkaarten zijn via internet te bestellen en andere kun je in natuurmusea kopen. Wat ik zelf ook leuk vind is af en toe bij Naturalis kijken - een tijdje terug was er een slakkenonderzoek met een leuk eenvoudig zoekkaartje met kenmerken van de meest voorkomen slakken in Nederland. Een slak is een fascinerend dier als je je er in verdiept - om te beginnen het al dan geen huis hebben - het slijmspoor - het longetje waar ook door gepoept wordt (gaatje naast de kop) - de sprietjes waarvan 2 voelen / ruiken en 2 kijken - het raspje waarvan je de sporen op paddestoelen en bladeren kunt zien - wist je trouwens dat slakken aaseters zijn en dus ook de resten van dode dieren mee opruimen? Voor mij zette dat de slak in een heel ander daglicht dan wat ik eens eerder zag: mensen die met zout en bier of in een emmer water de slakken verdelgen.... ze zijn nuttig!!

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zon

Keer eens 1 wang naar de zon en blijf zo een halve minuut staan - voel aan die wang en aan je andere wang - wat merk je?

Wist je dat ook jij zo stralen kon! Laat eens de zon in je hart schijnen met licht en warmte, vul je hart zoals een zonnebloem: die draait de hele dag met de zon mee:

van de prachtige rozerode ochtend hemel en oranje zon, tot de zachtgeel witte middagzon, tot de rode ondergaande zon aan de diepblauw turquoise hemel.....